Hoe de heer Groen langzaam opkrabbelt na een herseninfarct

Appie Groen is 65 jaar, alleenstaand en woonachtig in Wolvega. Twee maanden geleden werd hij getroffen door een herseninfarct. Sindsdien kampt hij met stoornissen in zijn spraakvermogen en gezichtsspieren. Ook heeft hij problemen met de coördinatie van zijn rechterarm en -hand. Na weken van revalideren gaat het een stuk beter, meneer Groen kan eindelijk zijn verhalen weer delen.

“In De Linde kennen mensen mij niet anders dan met mijn voetbalmutsje op. Mijn ex-vrouw heeft het ooit voor me gebreid. Eigenlijk hoort het bij mijn supportersoutfit van SC Heerenveen; ik heb namelijk ook nog een bijpassende trui en sjaal, maar die draag ik alleen tijdens wedstrijden. Straks mag ik een weekendje naar huis. Dan kan ik ‘mijn cluppie’ weer aanmoedigen. Wie had dat gedacht? Kortgeleden stond mijn leven nog volledig op z’n kop.”

“Op een dag in april begon mijn rechterhand ineens te prikkelen en ik voelde me onrustig. In eerste instantie gaf ik er weinig aandacht aan, maar uiteindelijk heb ik toch mijn dochter gebeld. Zij hoorde me bazelen aan de telefoon en heeft onmiddellijk mijn zoon gealarmeerd, die is meteen gekomen. Vanaf dat moment kan ik me niets meer herinneren. Later hoorde ik van mijn zoon dat ik met loeiende sirenes naar Tjongerschans ben gebracht. Na onderzoek bleek dat ik een herseninfarct had gehad.”

“De dagen erna waren ingrijpend. Omdat het risico op een tweede infarct erg hoog was, ben ik naar het MCL overgebracht en geopereerd aan een vernauwing in mijn halsslagader. Na de operatie was ik doodmoe en erg onzeker. Ik had moeite met spreken, slikken en bewegen. Ik wilde terug naar Heerenveen om in de buurt van mijn familie aan mijn herstel te werken. Al snel kon ik in De Linde terecht. Ik ben hier nu acht weken aan het revalideren. Stap voor stap pak ik de draad weer op.”

“Met de logopedist, de fysio- en de ergotherapeut van Meriant oefen ik allerlei dagelijkse bezigheden. In het begin kon ik geen pen of vork vasthouden. Simpele handelingen heb ik allemaal opnieuw moeten leren. Praten, eten en drinken gingen moeizaam, maar gelukkig kan ik me nu weer verstaanbaar maken en alles nuttigen wat ik lekker vind. Samen met de andere revalidanten eet ik elke dag in de huiskamer. Ik kan met ze ouwehoeren, maar we vinden ook steun bij elkaar. Er zijn mensen die na hun revalidatie niet meer naar huis kunnen. Dat grijpt me aan. Ik heb een engeltje op mijn schouder gehad, dat besef ik me heel goed.”