Pacemaker

Wat is een pacemaker?

De pacemaker is een apparaatje dat ervoor zorgt dat het hart in het juiste ritme blijft kloppen. Een normaal hartritme kan als gevolg van ziekte of veroudering worden verstoord.

Een pacemaker functioneert als een bewaker van het hartritme door dit voortdurend in de gaten te houden en zo nodig te reguleren met een kleine elektrische prikkel. Van deze prikkel voelt u niets.

Implantatie pacemaker

  • Gebeurt onder plaatselijke verdoving.
  • Duurt ongeveer 1,5 tot 2 uur.
  • Onder de huid wordt een holte gemaakt.
  • Via een ader onder het sleutelbeen worden elektrodes naar het hart gevoerd en geplaatst.
  • Deze worden aangesloten op de pacemaker en de wond wordt weer gesloten.
  • De pacemakertechnicus stelt de pacemaker in en controleert of hij goed werkt.

Het plaatsen van een pacemaker heeft weinig risico’s en verloopt meestal goed. Maar u moet er wel voor zorgen dat iemand u met de auto naar huis brengt. U mag zelf voorlopig niet rijden.

De eerste dagen na de operatie voelt uw schouder nog pijnlijk aan. U mag hiervoor de voorgeschreven pijnstillers gebruiken. Zorg dat er thuis iemand bereikbaar is om u te helpen bij eventuele problemen.

Na implantatie pacemaker

De eerste 6 weken moeten de elektroden de kans krijgen om vast te groeien in het hart. Houd daarom de volgende regels aan:

  • vermijd rekken, strekken en ronddraaiende bewegingen van de arm boven schouderhoogte (ook niet zwemmen);
  • til geen zware dingen en verricht geen zwaar werk met de armen (de onderarmen mogen wel bewegen);
  • probeer de arm niet achter het lichaam te brengen, pas bijvoorbeeld op met het aantrekken van de jas;
  • vermijd knellende kleding in verband met irritatie van de wond;
  • probeer de arm wel te bewegen, anders ontstaan er mogelijk pijnklachten aan het schoudergewricht (frozen shoulder).

Controle pacemaker

Bij de nieuwste pacemakers hoeft u maar af en toe naar het ziekenhuis voor controle. Met telemonitoring houdt de arts op afstand in de gaten of de pacemaker goed werkt.

De batterij van een pacemaker gaat 5 tot 10 jaar mee. Bij controles ziet de arts ruim op tijd of de batterij leeg raakt. Dan wordt de pacemaker (het kastje) vervangen.

Leven met een pacemaker

Het pacemakerpasje moet u altijd bij u dragen voor het geval dat u (met spoed) in een ander ziekenhuis wordt opgenomen.

Moderne pacemakers zijn goed beschermd tegen invloeden van buitenaf. Toch kan een sterk elektromagnetisch veld de pacemaker (tijdelijk) storen. Door weg te lopen

van het apparaat werkt de pacemaker direct weer normaal.

  • Beveiligingspoortjes

Poortjes voor luchthaven- en diefstalbeveiliging zijn veilig als u er in een normaal tempo doorheen loopt. Blijf nooit lang in de nabijheid van deze poortjes stilstaan.

  • Magneetstaven

Ook de handbediende detectiestaven die op luchthavens worden gebruikt, mogen niet langdurig bij uw pacemaker worden gehouden. Laat uw pacemakerpasje aan het beveiligingspersoneel zien, zodat zij u handmatig controleren.

  • Mobiele telefoons, tablets en laptops

Zorg dat het apparaat niet te dicht bij uw pacemaker komt, houd minimaal 15 centimeter afstand tussen het apparaat en uw pacemaker. Draag de mobiele telefoon niet in uw borstzakje.

  • Medische apparatuur

Er zijn medische apparaten en ingrepen die een risico kunnen opleveren, zoals een MRI of bestraling. Vermeld in het ziekenhuis altijd dat u een pacemaker draagt. Vertel ook uw fysiotherapeut, tandarts en de schoonheidsspecialist altijd dat u een pacemaker heeft. Zij gebruiken soms apparaten met elektromagnetische velden of elektrische impulsen.

Neem bij twijfel over het gebruik van apparaten thuis of op het werk contact op met de pacemakertechnicus of cardioloog. Eventueel kan er een werkplekonderzoek gedaan worden.