Holteronderzoek

Wat is een Holteronderzoek?

Via een klein draagbaar apparaatje (holter) spoort de cardioloog eventuele afwijkingen op in het hartritme. U draagt het apparaatje als een tasje 24 of 48 uur bij u. Zo krijgen we een goed beeld van uw hartritme over een langere periode.

Wanneer een Holteronderzoek?

Een Holteronderzoek wordt gedaan bij klachten, zoals bijvoorbeeld hartkloppingen of duizeligheid. De cardioloog onderzoekt of de klachten komen door hartritmestoornissen.

De cardioloog beoordeelt met dit onderzoek:

  • of u een hartritmestoornis heeft;
  • of de medicijnen voor een ritmestoornis aanslaan;
  • of er perioden zijn waarin het hart te weinig zuurstof krijgt.

Hoe verloopt een Holteronderzoek?

  • U krijgt (elektroden) op de borst.
  • Trek gemakkelijke kleding aan, zo heeft u zo min mogelijk last van de elektroden.
  • De plakkers zitten vast aan een apparaatje (recorder) dat u aan een band of riem om het middel draagt.
  • Na het bevestigen van de elektroden en de instructie mag u naar huis.
  • U mag tijdens de 24 of 48 uur van het onderzoek de dagelijkse activiteiten doen.
  • Alleen douchen, baden of zwemmen mag niet.
  • De recorder moet steeds aangesloten blijven, ook ‘s nachts.
  • Het apparaat registreert het hartritme tijdens alle dagelijkse bezigheden.
  • Vaak heeft de recorder een knop die u in moet drukken bij klachten.
  • U beëindigt na 24 of 48 uur zelf het onderzoek.

Dagboek bijhouden

Om te analyseren wanneer uw klachten ontstaan en wat u op dat moment aan het doen bent, houdt u een dagboek bij:

  • waarin u uw klachten opschrijft;
  • activiteiten, maaltijden en inspanningen bijhoudt;
  • het gebruik van medicijnen noteert;

Beëindigen Holteronderzoek

U beëindigt het onderzoek door de kabeltjes van de ECG-plakkers los te maken. Het apparaat en het dagboekje levert u weer in. Het hartfilmpje is een momentopname van 24 of 48 uur. Soms treedt dan net geen ritmestoornis op. Dan is het nodig om een onderzoek van een paar weken te doen.